Spaans · 1 vwo · A1

Tarea 3 · Praten over anderen

Lees, kies en begrijp

Je oefent woorden voor familie en vrienden, beschrijvingen en vragen over andere personen.

  1. Ronde A: lees een beschrijving en kies het antwoord (6 vragen).
  2. Ronde B: kies de juiste uitgang: -o, -a, -os of -as (8 vragen).
  3. Ronde C: kies het antwoord dat bij de vraag past (6 vragen).

Er zijn 20 vragen. Na elk antwoord krijg je uitleg. Bij een fout mag je opnieuw proberen. Het spel is voltooid als je alle vragen goed hebt beantwoord. Je ziet ook hoeveel antwoorden meteen goed waren.

Hulp nodig? Open het grammaticaoverzicht onderaan.

Hulp: grammaticaoverzicht

Bij de beschrijvende woorden in dit spel past de uitgang bij de persoon of groep.

Uitgangen bij beschrijvingen
MannelijkVrouwelijk
Eén persoonalto, simpáticoalta, simpática
Meerdere personenaltos, simpáticosaltas, simpáticas

Voor een gemengde groep gebruik je de mannelijke meervoudsvorm: Mis amigos son simpáticos. Niet alle Spaanse bijvoeglijke naamwoorden volgen dit patroon, maar alle beschrijvende woorden in dit spel wel.

Mijn en jouw
EénMeerdere
Mijnmi madre / mi padremis hermanas / mis hermanos
Jouwtu amiga / tu amigotus amigas / tus amigos

Mi / tu gebruik je bij één persoon of dier. Mis / tus gebruik je bij meerdere personen of dieren. Mannelijk of vrouwelijk maakt hierbij geen verschil.

Vragen over anderen
Eén persoonMeerdere personenJe vraagt naar…
¿Cómo es…?¿Cómo son…?een beschrijving
¿Cómo se llama…?¿Cómo se llaman…?een naam
¿Cuántos años tiene…?¿Cuántos años tienen…?een leeftijd

Woorden: simpático/a = aardig, divertido/a = grappig, tímido/a = verlegen, alto/a = lang, guapo/a = knap, rubio/a = blond.

Madre = moeder, padre = vader, padres = ouders, hermano = broer, hermana = zus, hermanos = broers of broers en zussen, hermanas = zussen. Amigo/a = vriend/vriendin. Perro = hond, gato = kat, conejo = konijn.